Sinterklaas, cadeautjes en versiering: bij het thema feest denk je al snel aan allerlei woorden. Maar welke woorden bied je aan en welke platen uit je LOGO-materiaal passen daarbij? En hoe zet je die klaar voor wanneer je aan de slag gaat met woordenschat? Met de nieuwe LOGO-planner maak je een thema aan, verzamel je passende platen en plan je wanneer je ermee aan de slag gaat. Martijn, adviseur op het gebied van online leren en betrokken bij de ontwikkeling van LOGO-digitaal, legt uit hoe je dat aanpakt.
LOGO-digitaal kennen veel gebruikers van de spellen waarmee kinderen aangeboden woorden extra kunnen herhalen. Met de nieuwe planner en digibordfunctie ondersteunt de omgeving nu ook de leerkracht bij het voorbereiden en aanbieden van die woorden. Zo helpt LOGO-digitaal bij meerdere stappen van de viertakt. Je maakt je eigen thema’s, zoekt daar passende platen bij je plant in de jaarkalender en wanneer je ermee wilt werken.
Hoe dat werkt? We nemen het thema feest als voorbeeld.
1. Maak je thema aan in LOGO-digitaal
Ga in LOGO-digitaal naar de planner en vervolgens naar ‘Thema’s’. Maak een nieuw thema aan, geef het de naam ‘Feest’ en stel in hoeveel weken je eraan wilt werken.
Je hoeft niet meteen je hele jaarplanning te vullen. Begin gerust met één thema en breid je planning later uit.
2. Zoek passende platen bij elkaar
Typ bijvoorbeeld ‘Sinterklaas’ in de zoekfunctie. Je ziet welke platen uit jouw pakket daarbij passen en kiest welke je wilt toevoegen aan dit thema. Zoek daarna verder op ‘cadeau’ of denk aan andere onderwerpen die bij feest horen, zoals een verjaardag, boodschappen doen en versiering. Zo verzamel je de platen waarmee je in de klas een samenhangend verhaal kunt vertellen.
De slimme zoekfunctie brengt je op ideeën, maar jij bepaalt welke platen aansluiten bij je groep en de woorden die je wilt aanbieden. De zoekfunctie doorzoekt alle clusters en praatplaten die jij in het papieren pakket hebt.
3. Vergeet de thema-overstijgende woorden niet
Bij een thema horen meer woorden dan je op het eerste gezicht misschien denkt. Als je het over cadeautjes hebt, kun je bijvoorbeeld ook de woorden ‘duur’ en ‘goedkoop’ uitleggen. En bij een feest kunnen ook rekenwoorden zoals ‘tellen’ passen.
Juist die woorden verdienen aandacht bij je voorbereiding. Volgens Martijn is het daarom belangrijk om zelf te blijven nadenken over je woordselectie. De slimme zoekfunctie helpt, maar vindt niet automatisch alle platen die jij aan een thema kunt verbinden.
De tip van Martijn: blader ook door je mappen en gebruik de registratielijst om te bekijken welke woorden nog meer in het materiaal zitten. Bedenk steeds welke woorden je binnen jouw thema goed kunt uitleggen in de context van jouw activiteiten op een dag of themabreed binnen de school. Zo bouw je een verzameling thema’s, maar blijf er scherp op dat iedere groep waarschijnlijk wel een net andere behoefte heeft. Zorg dus iedere keer dat je thema aansluit bij wat je met de kinderen wilt bespreken.
4. Zet je thema in de jaarplanner
Heb je de platen verzameld? Dan kun je het thema in de jaarkalender inplannen. De geselecteerde platen staan vervolgens voor je klaar in de digibordfunctie van LOGO-digitaal.
Je kunt ook een overzicht van de woorden printen. Dat is handig voor je klassenmap of om met collega’s te delen. Zo maak je inzichtelijk welke woorden je hebt ingepland.
En verandert er iets? Dan kun je je thema altijd aanpassen, ook als je er al mee bezig bent. Voeg een plaat toe of haal er een weg als dat beter past bij je groep. Jij bepaalt wanneer je welke plaat behandelt.
5. Bied de woorden aan in de klas
Vanuit de digibordfunctie kun je een klaargezette plaat groot tonen op het bord en de woorden uitleggen. Dat uitleggen van de betekenis noemen we semantiseren. De leerkrachtkaart helpt je hierbij om de woorden betekenisvol aan te bieden. Bij ‘duur’ leg je bijvoorbeeld uit dat iets veel geld kost.
Je kunt je semantisering uitvoeren bij het digibord, maar ook bij de woordmuur met je papieren materiaal. Je kiest zelf welk moment en welke manier passen bij je les.
Wanneer je een plaat groot toont op het digibord, worden de bijbehorende woorden automatisch actief in de spellen voor de kinderen. Behandel je de woorden bij de woordmuur? Dan kun je ze zelf met het schuifje activeren.
6. Consolideren: laat de woorden terugkomen
Om woorden te onthouden, moeten kinderen ze vaker tegenkomen en gebruiken. Naast de consolideeractiviteiten in de klas, zijn de spellen in LOGO-digitaal een extra aanvulling om te consolideren. In de oefenresultaten zie je welke woorden nog aandacht nodig hebben en of je verder kunt met een volgende plaat.
Consolideren doe je regelmatig. Laat de woorden in de klas regelmatig terugkomen, bijvoorbeeld in de poppenhoek, tijdens een gesprekje of bij de woordmuur. Heb je het later bijvoorbeeld over boodschappen? Dan kun je de woorden ‘duur’ en ‘goedkoop’ opnieuw gebruiken. Deze herhaalmomenten organiseer je zelf; de planner plant ze niet voor je in. Als aanvulling daarop kunnen kinderen de woorden ook herhalen door het spelen van de spellen in LOGO-digitaal.
Bewaar je thema voor een volgende keer
Heb je een thema gemaakt, dan blijft dat bewaard. Wil je volgend jaar opnieuw aan het thema feest werken? Dan staat het klaar bij de thema’s die je al gemaakt hebt in LOGO-digitaal. Pak je thema erbij en pas de selectie platen aan aan de behoeften van je nieuwe groep.
De planning die je hebt gemaakt in de jaarkalender blijft niet bewaard voor het nieuwe jaar. Je plant je thema’s opnieuw in. Martijn zijn belangrijkste advies voor wie begint: bedenk vooraf welke woorden je wilt behandelen en gebruik LOGO-digitaal als aanvulling op je materiaal. De planner helpt je zoeken, klaarzetten en overzicht houden. Jij zorgt voor het verhaal en de context waarin de woorden voor je leerlingen betekenis krijgen.
LOGO-digitaal is het platform met consolideerspelletjes voor de kinderen. Tegelijkertijd is het een hulpmiddel voor onderwijsprofessionals uit het primair onderwijs. Lees hier meer over LOGO-digitaal!



