Woorden aanleren zoals lava en magma en staking lijkt vanzelfsprekend. Maar uit de praktijk blijkt dat leerlingen regelmatig struikelen over deze schooltaalwoorden. Niet omdat ze moeilijk uit te spreken zijn, maar omdat een leerling ze thuis of op straat niet vaak zal horen. Daarom is het van belang om extra aandacht te geven aan deze woorden, zodat teksten, instructies en lessen beter begrepen worden. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen deze schooltaalwoorden wél herkennen en begrijpen? Trainer Judith Kat deelt een praktische aanpak waarmee je direct aan de slag kunt.
Waarom juist schooltaalwoorden zo belangrijk zijn
In veel lesmethodes ligt de nadruk op schooltaalwoorden. Maar om die woorden te begrijpen, moeten leerlingen eerst de taal daaromheen beheersen.
Neem het woord lava. Om uit te leggen wat lava is, heb je woorden nodig als vloeibaar, stollen en ontstaan. Of denk aan een tekst over een staking. Dan moeten leerlingen eerst begrijpen wat accepteren, weigeren of in opstand komen betekent. Juist die schooltaalwoorden komen in vrijwel alle vakken terug. Wie deze woorden begrijpt, leert ook sneller nieuwe begrippen.
Door regelmatig korte momenten in te plannen, wordt woordenschat vanzelf onderdeel van je dagelijkse onderwijs.
Begin klein: twee korte momenten per week
Veel leerkrachten denken dat woordenschatonderwijs veel extra tijd kost. Volgens Judith hoeft dat helemaal niet. Haar advies is juist om klein te beginnen.
- Kies twee momenten per week.
- Besteed per woord ongeveer tien minuten.
- Herhaal de woorden vervolgens dagelijks tijdens je gewone lessen.
Lesidee:oorzaak en gevolg
Abstracte begrippen leer je niet door alleen een definitie te geven. Veel effectiever is om leerlingen het begrip letterlijk te laten ervaren.
Neem bijvoorbeeld oorzaak en gevolg
Een eenvoudig voorbeeld:
- Zet een rij dominostenen neer.
- Duw de eerste steen om.
- Vraag vervolgens: Wat was de oorzaak? en Wat was het gevolg?
Terwijl de stenen omvallen, benoem je de woorden meerdere keren en leg je steeds opnieuw uit wat ze betekenen. Pas als leerlingen het begrip concreet begrijpen, maak je de stap naar situaties uit het dagelijks leven.
Bijvoorbeeld:
- Als je veel snoep eet, is het gevolg dat je gebit achteruitgaat.
- Als je veel beweegt, krijg je een betere conditie.
- Door veel CO₂-uitstoot verandert het klimaat.
Zo bouw je stap voor stap van abstract naar concreet. Leerlingen hoeven een nieuw woord niet meteen zelf te gebruiken; het is al een grote stap als ze het herkennen en begrijpen. Vraag je na de uitleg bijvoorbeeld: ‘Is dit de oorzaak of het gevolg?’ en geven leerlingen het juiste antwoord, dan weet je dat het begrip groeit. Dat passieve begrip is belangrijk, omdat het leerlingen helpt om nieuwe woorden later ook zelfstandig uit teksten af te leiden.
Herhalen is belangrijker dan perfect uitleggen
Nieuwe woorden blijven alleen hangen als leerlingen ze vaak terughoren. Daarom stopt het leren niet na één uitleg. Door woorden steeds opnieuw in betekenisvolle situaties te gebruiken, gaan leerlingen ze herkennen én begrijpen.
Gebruik de woorden daarom bewust gedurende de dag. Zeg bijvoorbeeld: “Jullie hebben goed samengewerkt. Het gevolg is dat we iets eerder mogen opruimen.” Of stel tussendoor een vraag als: “Wat was hier eigenlijk de oorzaak?”
Herhalen hoeft bovendien helemaal niet saai te zijn. Maak er een spel van, bijvoorbeeld door:
- Een bal overgooien terwijl leerlingen het woord gebruiken in een zin;
- Woorden uitbeelden;
- Een woord fluisteren en doorgeven;
- Oorzaak en gevolg-kaartjes aan elkaar koppelen;
- Leerlingen samen voorbeelden laten bedenken.
Met deze korte spelvormen blijven woorden actief terugkomen zonder dat het te veel lestijd kost.
Kies de woorden die jouw leerlingen nodig hebben
Het LOGO Schooltaalwoorden-pakket, ontwikkeld om leerlingen gericht schooltaalwoorden aan te leren, bevat een uitgebreide selectie woorden gebaseerd op onderzoek naar woorden die leerlingen vaak tegenkomen. Toch benadrukt Judith dat leerkrachten altijd professioneel eigenwijs mogen zijn.
Ken jij jouw groep en merk je dat bepaalde woorden al beheerst worden? Sla ze gerust over. Zie je juist dat een woord veel voorkomt in je lessen of dat leerlingen er moeite mee hebben? Geef dat woord extra aandacht. Het gaat er niet om zoveel mogelijk woorden aan te bieden, maar om de woorden waarmee leerlingen écht verder komen
Geef jezelf de tijd
Veel leerkrachten willen een nieuwe aanpak meteen perfect uitvoeren. Judith ziet dat vaak terug tijdens trainingen.
Haar advies is simpel: “Begin gewoon, en na verloop van tijd merk je vanzelf dat je de aanpak steeds meer eigen maakt en woorden ook spontaan gaat gebruiken tijdens andere lessen, zoals rekenen, wereldoriëntatie of bewegingsonderwijs.”
Woorden geven leerlingen de kans om mee te doen
Volgens Judith draait woordenschat om veel meer dan taal. Wie woorden begrijpt, kan beter meedenken, meepraten en leren. Kinderen die zich goed kunnen uitdrukken, begrijpen niet alleen de les beter, maar kunnen ook beter vertellen wat ze voelen, denken of nodig hebben.
Juist daarom zijn schooltaalwoorden zo waardevol. Ze vormen de basis voor leren in alle vakken én geven leerlingen de taal om actief mee te doen in de klas en daarbuiten.


