Tijdens het Woordenschatfestival nam Robbert van Empel ons in zijn keynote mee in de wereld van artificiële intelligentie (AI). Zijn centrale boodschap was helder: AI is geen toekomstmuziek meer, maar speelt nu al een rol in het onderwijs.
De vraag is daarom niet óf scholen ermee te maken krijgen, maar hoe je er als leraar en school bewust en verantwoord mee omgaat en hoe je AI kan inzetten als middel om je te helpen in de dagelijkse praktijk.
Een veranderende onderwijspraktijk
Volgens Van Empel verandert AI in hoog tempo de manier waarop leraren werken. Taken zoals het ontwikkelen van lesmateriaal, het maken van toetsen en het samenvatten van teksten kunnen sneller en efficiënter worden uitgevoerd. “Waar ik er eerst vijf uur over deed om een toets te creëren, kan ik dat nu in tien minuten”. Dat biedt duidelijke kansen, maar brengt ook een belangrijke uitdaging met zich mee: hoe waarborg je de kwaliteit?
Hoewel AI veel werk kan overnemen, blijft het essentieel dat leraren begrijpen wat ze gebruiken. Het beoordelen van de inhoud, het afstemmen op lesdoelen en het inspelen op de behoeften van leerlingen blijven onmisbare onderdelen van het vak.
Kritisch omgaan met AI
Een belangrijk aandachtspunt is dat AI niet altijd de juiste of volledige informatie geeft. De technologie werkt op basis van waarschijnlijkheid en kan daardoor fouten maken.
Juist hier ligt ook een kans voor het onderwijs, door kinderen voor te lichten. Kinderen moeten leren om informatie te controleren, vragen te stellen en kritisch te kijken naar uitkomsten. Op deze manier wordt AI niet alleen een hulpmiddel, maar ook een middel om kritisch denken te ontwikkelen, al helemaal omdat dit is waar de kinderen in de toekomst veel mee te maken gaan krijgen.
Meer ruimte voor maatwerk
Tegelijkertijd biedt AI nieuwe mogelijkheden om beter aan te sluiten bij verschillen in de klas. Lesmateriaal kan eenvoudiger worden aangepast aan verschillende niveaus: opdrachten kunnen worden gedifferentieerd en uitleg kan op meerdere manieren worden aangeboden.
Dit maakt het mogelijk om leerlingen gerichter te ondersteunen, zonder dat dit direct leidt tot een hogere werkdruk voor de leraar.
De rol van de leraar
De rol van de leraar verandert, maar blijft onmisbaar. Het verschil zal steeds duidelijker worden tussen leraren die AI bewust inzetten en leraren die dat niet doen. “Robbert gelooft dat een leraar niet compleet vervangen zal worden door AI, maar wellicht in de toekomst wel door iemand die goed kan werken met AI.” De leraar blijft wel degene die richting geeft, keuzes maakt en de kwaliteit bewaakt. AI ondersteunt, maar de professional blijft leidend.
Wat betekent dit voor scholen?
Voor scholen betekent dit dat het belangrijk is om bewust te denken over de inzet van AI. Het is niet nodig om alles direct te implementeren, maar het is wel waardevol om ruimte te maken voor experiment en ontwikkeling. Daarnaast vraagt het om aandacht voor digitale vaardigheden zodat zowel leraren als leerlingen leren hoe ze AI op een verantwoordelijke en efficiënte manier kunnen gebruiken.
AI vraagt dus niet om snelle antwoorden, maar om bewuste keuzes. Door ruimte te maken voor experiment, reflectie en het versterken van digitale vaardigheden, kunnen scholen AI inzetten op een manier die past bij hun visie met de leraar altijd als kompas.


