Woorden openen deuren naar leren, zelfvertrouwen en toekomstmogelijkheden. De woorden die je gebruikt, hebben alles te maken met de omgeving waarin je opgroeit. Zo was dit ook voor Peter de Vries. Hij groeide tweetalig op met dialect en Nederlands in een omgeving waar ‘dure’ woorden niet gebruikelijk waren.
Tijdens het Woordenschatfestival van Rezulto laat Peter de Vries zien hoe ouders daarin een sleutelrol spelen en hoe kinderen een rijkere woordenschat opbouwen wanneer ouders actief bijdragen.
Loyaliteit aan de taal van thuis
Voor Peter is de koppeling tussen woorden en ouders vanzelfsprekend.
“Ouders spelen een enorme rol, omdat kinderen aan hun ouders verbonden zijn,” vertelt hij. “Zeker als het om woordenschat gaat, zijn kinderen heel loyaal aan hun ouders.”
Woorden leer je niet los van de context waarin je opgroeit. School kan kinderen veel woorden aanreiken, maar als die woorden thuis niet worden gebruikt, blijven ze vaak passief: je kent ze misschien wel, maar gebruikt ze niet. Juist dat laat zien hoe belangrijk het is om ouders te betrekken bij woordenschatontwikkeling, niet als extra taak, maar als vanzelfsprekend onderdeel van het leerproces. Wie daar als professional goed op aansluit, kan ouders inschakelen door aan te haken bij wat er al is, in plaats van iets op te leggen.
Ouderbetrokkenheid werkt niet zoals we denken
In veel scholen wordt ouderbetrokkenheid zichtbaar gemaakt via bijeenkomsten en activiteiten. Maar juist daar wringt het, ziet Peter. Zeker bij ouders bij wie ondersteuning het hardst nodig is, slaan deze initiatieven vaak niet aan. En aanwezigheid zegt weinig over wat er thuis gebeurt.
Peters lezing op het Woordenschatfestival gaat over deze aannames. Hij maakt onderscheid tussen activiteiten die bedoeld zijn om ouders te betrekken en interventies die volgens onderzoek daadwerkelijk bijdragen aan woordenschatontwikkeling. Wat werkt echt? Waarom? En waar ligt de grens van invloed en verantwoordelijkheid van school?
De kracht van de ouder-kindband
Voor Peter ligt de sleutel niet in extra oefenen, maar in de band tussen ouders en kinderen.
“Ook als het om woordenschat gaat, kom je met je ouders verder.”
Taalontwikkeling zit in dagelijkse interacties: in gesprekken, in verhalen en in hoe woorden worden gebruikt en gewaardeerd. Die relationele laag is vaak krachtiger dan losse woordjes oefenen. Dat vraagt om een andere manier van kijken en om andere keuzes in de praktijk.
“Ik ga mij richten op de kracht van de band tussen ouders en kinderen en wat dat voor invloed heeft op woordenschat, soms veel meer dan alleen woordjes oefenen.”
Een ander perspectief op ouders
“Ouderbetrokkenheid wordt vaak geframed als: ouders moeten oefenen met hun kind. Maar zo werkt het niet.” Peter hoopt dat onderwijsprofessionals zich bewuster worden van de werkelijke rol van ouders en daardoor andere, effectievere activiteiten gaan bedenken. Activiteiten die aansluiten bij wat ouders al doen, in plaats van wat van hen wordt verwacht. “Ik hoop dat mensen verrast raken over hoe dichtbij die rol eigenlijk is en hoe leuk het kan zijn om die als professional in gang te zetten.”
Het begint met woorden, en woordenschat groeit daar waar kinderen zich verbonden voelen.


