Woordenschatonderwijs speelt een cruciale rol in schoolsucces. Hoe beter de woordenschat van een leerling, hoe makkelijker hij of zij teksten begrijpt, zich uitdrukt en nieuwe kennis opdoet. Maar hoe herken je als leerkracht welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben? En hoe speel je daar effectief op in?
Herkennen van woordenschatproblemen
Een leerling met een beperkte woordenschat herken je niet altijd direct. Als leerkracht is het logisch om te denken dat een symptoom van een woordenschatachterstand kan zijn dat een kind weinig praat, aangezien hij of zij de woorden daarvoor niet tot zijn beschikking heeft. Maar dat is niet per definitie het geval. Sommige kinderen hebben een grote passieve woordenschat, maar gebruiken die niet actief en sommige kinderen gebruiken hun beperkte woordenschat juist heel actief. Hier zijn een aantal signalen, waaraan je een woordenschatachterstand mogelijk kunt herkennen, op een rijtje gezet:
- Moeite met begrijpend lezen en luisteren – als je merkt dat kinderen teksten, prentenboeken of verhalen niet goed snappen, dan kan dat een belangrijk signaal zijn;
- Afhaken tijdens instructies of dromerig gedrag – als je niet begrijpt wat er wordt gezegd, haken kinderen snel af en gaan iets anders doen;
- Niet actief deelnemen aan klasgesprekken;
- Niet voor de klas willen antwoorden – bij dit signaal is het belangrijk dat je dit ook 1-op-1 toetst. Sommige kinderen hebben namelijk angst om voor een grote groep te spreken, maar zijn heel spraakzaam in kleine groepjes.
- Camouflagegedrag – dit kan zijn dat een kind (bijvoorbeeld tijdens de consolideeractiviteiten) telkens dezelfde woorden gebruikt. Camouflagegedrag kan ook zijn dat ze andere kinderen napraten of dat ze anderen ergens de schuld van geven;
- Problemen met het navertellen van verhalen of samenvatten van teksten;
- Moeite met het onthouden en toepassen van aangeleerde woorden en nauwelijks tot geen nieuwe woorden gebruiken in hun eigen taalproductie.
Ook subtiele signalen, zoals een kind dat zich terugtrekt uit klassikale gesprekken of weinig details gebruikt in antwoorden, kunnen wijzen op een beperkte woordenschat. Als leerkracht is het dus belangrijk om het gedrag van kinderen bewust te observeren.
Een effectieve aanpak in de klas
Effectief woordenschatonderwijs begint met inzicht in welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben en bied woorden aan in een betekenisvolle context. Dat doe je onder andere door bijvoorbeeld te zorgen voor een gerichte woordselectie die aansluit bij het thema in de klas, zodat de aangeboden woorden direct relevant zijn.
Observeer hoe leerlingen woorden gebruiken en signaleer of ze nieuwe woorden actief toepassen of steeds dezelfde termen herhalen. Zorg dat kinderen tijdens consolideeractiviteiten weten dat er van ze verwacht wordt om meerdere woorden paraat te houden. De kinderen mogen namelijk niet hetzelfde woord benoemen als hun voorganger. Wanneer je ziet dat een leerling beperkt taalgebruik laat zien, stimuleer dan variatie en daag hen uit om verschillende woorden te gebruiken. En als dit niet goed gaat, kijk dan of het bij meerdere situaties gebeurt.
Een gestructureerde aanpak, zoals Met woorden in de weer of LOGO, biedt herkenning en houvast voor zowel leerlingen als leerkrachten. Door een vaste routine te hanteren, weten leerlingen wat er van hen verwacht wordt en bouwen ze actief aan hun woordenschat.
Het effect van sterk woordenschatonderwijs
Scholen die structureel werken aan woordenschatonderwijs, zien direct resultaat. Leerlingen begrijpen teksten beter, zijn actiever in gesprekken en bouwen meer zelfvertrouwen op. Een systematische aanpak helpt niet alleen leerlingen met Nederlands als tweede taal, maar ook Nederlandstalige leerlingen die baat hebben bij extra woordenschatontwikkeling. Bovendien helpt het hebben van een grote woordenschat bij de ontwikkeling van kinderen in alle schoolvakken en op sociaal-maatschappelijk gebied.
Wanneer leerlingen thuis de woorden die ze in de klas hebben geleerd gebruiken, weet je dat je werk effect heeft. Zoals een ouder eens vertelde: “Mijn kind gebruikte opeens het woord ‘kabaal’ aan tafel, en ik wist niet eens wat het betekende!” Dat is het bewijs dat woordenschatonderwijs verder reikt dan de schoolmuren.
Durf te investeren in woordenschat
Woordenschatonderwijs vraagt om bewuste keuzes. Geef het een centrale plek in de schoolaanpak en zorg dat alle leerkrachten weten hoe ze woordenschat effectief kunnen aanbieden. Door een gezamenlijke focus en een gestructureerde aanpak kun je écht een verschil maken in de ontwikkeling van je leerlingen.
Want uiteindelijk draait het niet alleen om woorden, maar om kansen. Hoe groter de woordenschat, hoe groter de wereld van een kind.